maandag 8 februari 2021

De (Hongaarse) man en het hout

Toen we zo'n twee jaar geleden naar Hongarije emigreerden kreeg ik een heel toepasselijk geschenk van Johan, waarmee ik veel samenwerkte. Johan werkt bij de Bosgroep Zuid Nederland. Hij wist dat we hier een houtkachel hadden en dat ik interesse heb voor duurzame, alternatieve manieren van verwarmen. Ter afscheid kreeg ik van hem heel attent het boek 'De man en het hout' van de Noor Lars Mytting.

Een heerlijk praktische handleiding voor iedereen die met hout te maken heeft of krijgt. Wie dit boek leest krijgt spontaan zin om een bijl te pakken en een waanzinnige hoeveelheid hout te gaan hakken. Bovendien bevat het veel nuttige weetjes en handige bijlagen voor houtstokers die het meeste uit hun hout willen halen. En het milieu zoveel mogelijk willen ontzien want bij onjuist stoken ontstaat veel overlast door rook- en fijnstof.

Het is nu hartje winter en over enkele dagen verwachten ze matige tot strenge vorst. Echt goed weer om flink te stoken dus. In Nederland gaven we dan een slinger aan de slimme 'Toon' thermostaat van de gasgestookte hoogrendement ketel. 

Hier hebben we twee houtkachels voor dat doel. Onze favoriet is het oerknus en superhandig houtfornuis die in de woonkamer staat. Op dit fornuis koken we vaak in de winter. 

 

knus houtfornuis

Efficiënt omgaan met energie

We slaan dan twee vliegen in één klap; we bereiden er heerlijke maaltijden mee in de oven én we verwarmen al doende het huis. Super efficiënt dus. Daarna genieten van het vlammenspel en heerlijke stralingswarmte bij een kop thee (of wat sterkers). 

Een nadeel is dat deze kachel niet centraal in huis staat waardoor het aan de andere kant van de lang gevel boerderij behoorlijk fris blijft. Niet zo erg in het overgangsseizoen, maar bij vriesweer is het dan onaangenaam koud in bijvoorbeeld de keuken.

Daar komt de tweede houtkachel om de hoek kijken. Dit is een enorme houtketel (Hongaars: Kazán). Dit stalen monster is aangesloten op het centrale verwarmingssysteem. De ketel verwarmt de zeven radiatoren van onze boerderij. En dat doet ie uitstekend! Een half uur nadat je de ketel opstookt is het al heerlijk behaaglijk in het hele huis. 

Een (groot) nadeel van dit systeem is dat het huis ook weer net zo snel afkoelt wanneer de kachel ('s nachts) uit gaat. Je wordt dan altijd wakker in een koud huis. Om dit nadeel te tackelen plaatsten we een buffervat tussen de houtketel en de radiatoren. De ketel verwarmt het water in het buffervat. Dit vat met warm water is als een batterij die de radiatoren blijven verwarmen wanneer de kachel allang uit is.

Dat is niet alleen comfortabel, je bespaart hiermee ook zo'n tien procent op hout. Belangrijk, want een Kazán gaat niet bepaald zuinig om met stookhout vanwege zijn enorme capaciteit. Bovendien werkt het systeem nu met een instelbare thermostaat en kunnen we de temperatuur ook hier automatisch instellen, superhandig!  


Wat kost dat nou? 

Voor het verwarmen van de honderdvijftig vierkante meter grote boerderij hebben we ongeveer tien kuub hout nodig voor beide kachels. Dat staat bijna gelijk aan 2200 kuub gas. 

Gemiddeld kost een kuub droog stookhout (gekloofd en gezaagd) hier rond de vijftig euro. De jaarlijkse stookkosten zijn dus ongeveer vijfhonderd euro per jaar. 

Ter vergelijking, met een centrale verwarming op gas waren we ruim tweehonderd euro duurder uit. Gerekend met het (goedkope) Hongaarse gastarief van 33 eurocent per kuub laagcalorisch gas. 

(Wie wil weten wat de vaste lasten zijn in Hongarije vergeleken met Nederland klikt hier).


Houtcowboys

Ieder jaar worden we geconfronteerd met een terugkerend spannend ritueel; het bestellen van goed stookhout! Die zoektocht valt nog niet mee. Aanvankelijk kregen we een aantal 'houtcowboys' op bezoek. Zij leverden ons te nat, te weinig, of het verkeerde hout.

In plaats van beloofd hardhout een zachthout soort die er als twee druppels water op lijkt...

Inmiddels hebben we al aardig leergeld betaald en zijn we goed op de hoogte van alle trucs en hebben we vochtmeter en meetlint bij de hand als de volgende lading hout het erf op komt. Gelukkig hebben we een redelijk betrouwbare leverancier gevonden die ook een rekening kan overleggen en werkt met het FSC keurmerk.

We kwamen er, mede dankzij het boek van Lars Mytting, al snel achter welke houtsoort het beste is als brandhout. In Hongarije wordt Acacia het meest verkocht voor dit doel. Daarnaast veel eiken en beuken. De bossen rond ons dorp bestaan vooral uit eiken - beuken bos, dus dat is geen verrassing. 

Maar welke houtsoort is nou de allerbeste brandhoutsoort? Volgens Mytting is, naast het vochtgehalte van het hout, de verbrandingswaarde belangrijk. 

 

Acacia, eik of beukenhout?

Uit bijgaande tabel uit zijn boek (zie foto) blijkt dat eiken en beuken een uitstekende keus is voor brandhout. Beide houtsoorten scoren gelijk met ongeveer 2000 kWh per gestapelde kuub. De beuk wint de tweestrijd met een fractie (waardefactor van 1,14 tegen 1,10 van eik). 

Eik heeft als nadeel dat het minstens twee (!) jaar moet drogen voordat het optimaal geschikt is terwijl beukenhout na één jaar al droog genoeg is. Beuk heeft ook een mooier vlammenspel dan de eik. 

Mytting rept niet over de Acacia, die in Hongarije zoveel wordt gebruikt als stookhout. Dat komt omdat deze boomsoort niet inheems is in Noorwegen. Maar acacia is zo mogelijk nóg harder dan eik en beuk en is zeker uitstekend brandhout. Acacia is trouwens de enige hardhout soort die ook goed brand als het hout niet volledig droog is. 

Overigens wil je nooit vochtig hout stoken omdat het hout dan veel minder warmte afgeeft en veel meer walmt. Er zijn Hongaren die daarvan blijkbaar nog niet op de hoogte zijn, getuige de witte walm die uit hun schoorsteen komt. 

 

 Zou het boek van Lars Mytting misschien niet in het Hongaars vertaald zijn? 

 ® Het Zoete Hongaarse Leven

 




Geen opmerkingen:

Een reactie posten